Op deze pagina wordt in het kort de geschiedenis van Hellevoetsluis verteld. Wat er vooraf ging aan het bouwen van de kustbatterij en wat er daarna nog is gebeurd.
Hellevoetsluis dankt zijn bestaan aan de polders en dan met name aan het polderwater dat bij eb uit de Nieuw-Helvoetse polder in het toenmalige Flakkee werd geloosd.
In 1395 werd de Nieuw-Hellevoetse polder ter bedijking uitgegeven. In de zeedijk werd een spuisluis gebouwd voor de afvoer van het overtollige polderwater. De polder Het Weergors werd in 1476 ter bedijking uitgegeven. Deze polder werd ten zuiden van de Nieuw-Hellevoetse polder aangelegd, waardoor er ook in de Weergorse zeedijk een spuisluis moest worden gemaakt. Dit werd de Hellevoetse sluis. Hierdoor ontstond er een kolk of kulk tussen de voormalige Nieuw-Helvoetse zeedijk en de nieuwe Weergorsche zeedijk. Deze kolk werd al spoedig gebruikt als vluchthaven voor de scheepvaart, ook door de oorlogsschepen van de Admiraliteit van de Maze.
De plekken waar deze dijken lagen zijn nu nog in de vesting terug te vinden. Zo is de wal waarin de Brielse poort ligt een restant van de oude zeedijk van de polder Nieuw-Helvoet en zijn de Haerlemmerstraat en de Kerkstraat aangelegd op de Weergorse zeedijk.
Op de afbeelding hierboven, waarin we de situatie van 1620 zien, is de kolk goed te zien. Links zien we de zuidelijke dijk van de Nieuw- Hellevoetse polder en rechts de Weergorse zeedijk.
De eerste verdedigingswerken werden in 1604 aangelegd. Dat waren eenvoudige schansen en een wachtgebouw bij de zeesluis. Kort daarna wees de Admiraliteit van de Maze Hellevoetsluis aan als marinehaven. In 1629 bracht Piet Hein de Zilvervloot op de rede van Hellevoetsluis. In 1664 begon de aanleg van de eerste vesting van Hellevoetsluis. Deze vesting bestond na voltooiing uit twee hoornwerken, zes bolwerken en verdedigbare wallen aan weerszijden van de havenmond.
In 1673 vergaat de Weergorse polder en spoelt de westzijde van de vesting weg. De vestingwerken werden hierna niet meer hersteld. In plaats daarvan komen plannen voor een sterkere en moderne vesting ter tafel. Uiteindelijk werd in 1696 besloten om het ontwerp van Charles du Puy l'Espinasse uit te voeren. Het volgende jaar begon de bouw van de tweede vesting van Hellevoetsluis. Van die vesting is tegenwoordig nog veel te zien. Omstreeks 1705 was de vesting klaar en, werd deze gezien als een goede bescherming voor de oorlogsvloot die hier regelmatig uitvoer om de belangen van de Republiek te beschermen.
De nieuwe vesting bestond uit een achttal bolwerken:
In 1813 was Hellevoetsluis bezet door de Fransen. Nadat Brielle van de Fransen was bevrijd, trachtte men ook de Fransen in Hellevoetsluis weg te jagen. Na diverse pogingen door de Brielse burgermilitie en Engelse mariniers hielden de Fransen het voor gezien en vertrokken zij naar Willemstad. Tijdens de korte 'slag om Hellevoetsluis' waren er aan Nederlandse zijde enige gewonden en viel er een dode te betreuren.
De Frans-Duitse oorlog in 1870-1871 zorgde ervoor dat door de nieuwe wijze van oorlog voeren eindelijk de verdediging van Nederland werd aangepast. Met het aannemen van de Vestingwet in 1874 werd Hellevoetsluis uitgebreid met een krachtige kustbatterij. Hiervoor werden de bastions I en II samengevoegd tot het front I-II. Hiermee werd aangevangen in 1879 door het verplaatsen van de zeedijk voor de bastions I en II waardoor ruimte werd verkregen voor de bouw van de nieuwe kustbatterij. Tevens vormde Hellevoetsluis het sluitpunt van de stelling van de monden er Maas en van het Haringvliet met de mogelijkheid tot inundatie.
In het front I-II werden, behalve de opstellingen voor het kustgeschut en tal van kleine schuilplaatsen, een drietal grotere gebouwen gebouwd. De kustartilleristen werden ondergebracht in de bomvrije kazerne 'Haerlem'. Het 'Kruit- en Projectielenmagazijn' diende voor de opslag van de munitie voor de kustbatterij en het zogenoemde 'Torpedostation met aanliggende kanonkazematten' voor de bediening van de zeemijnversperring in het Haringvliet en de verdediging van de gracht voor de linkerzijde van het front I-II. In 1884 werden als sluitstuk van de ingrijpende modernisering betonbeddingen opgeleverd, zodat ten slotte het zware kustgeschut kon worden opgesteld.
In 1890 werd er een aanpassing gedaan door het bouwen van twee meetstations en twee commandoposten, vanwege de afstandmeting voor de kustbatterij. Tien jaar later werd de afstandmeting verbeterd. Toen werden vier nieuwe meetstations of groepsstations gebouwd met dertien nissen voor spreekbuisbedienden.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het eiland Voorne in staat van verdediging gebracht en zo ook de vesting Hellevoetsluis. In 1917 bouwde men nog een nieuw meetstation, omdat er nieuw snelvuurgeschut op de kustbatterij werd opgesteld. De vesting werd in 1939 opnieuw in staat van verdediging gebracht. Na de capitulatie op 15 mei 1940 kwam de Duitse bezetter en werd Hellevoetsluis een onderdeel van de Atlantikwall. Na vijf lange bezettingsjaren kwam ten slotte de bevrijding. Voor de vestingwerken betekende 1945 een nieuw begin. Hoewel het westelijke deel van de vestingwerken nog enige tijd een militaire bezetting kende, kwam aan de oorlogstaak van de vesting een eind. Voortaan waren de wallen open voor het publiek. Gelukkig rees het besef dat Hellevoetsluis een unieke militair-historische waarde bezit, die het meer dan waard is om te behouden. |
